Kurk

“Ja, we gaan eten in een restaurant die in de Gault Milliau vermeld staat. Dit om de sfeer tussen de collega’s te bevorderen. En om te ontspannen na het vele harde werk dat we verzetten. Ik heb vertrouwen in ons team.” zegt mijn ietwat gestresseerde, duidelijk overspannen bazin. “En de partners mogen mee. Allemaal op kosten van de zaak.”

Op weg naar het restaurant uit het boekje sla ik mijn echtgenoot gade. Niet geschoren, afzakkende jeans en teenslippers. Het dashboard van onze wagen vertelt ons dat het 32 graden is buiten. Mijn blik glijdt naar beneden en stel vast dat ook ik mijn prinsessenschoeisel vergeten ben in die loodzware hitte. Tot mijn verbazing zie ik ook bij mezelf slippers. Maar met hielriempje. Een hielriempjesslipper zoals men dat heet. Ik stel me gerust met de gedachte dat een hielriempjesslipper toch net dat ietsje meer heeft dan een slipper zonder hielriempje.

We worden opgewacht in het restaurant. De blik van de ober daalt neer en blijft even hangen op ons schoeisel. “En dat in een in de  Gault Milliau-gids-genoteerd-staand- restaurant” hoor ik hem denken.

We worden naar de erker van het etablissement gebracht, waar we opgewacht worden door mijn collega’s. Nette heren in pakken, dames in jurken, verfijnd schoeisel.

Het is bloedheet in die erker. Er wordt volop gelachen, gegeten, gedronken. Vooral gedronken om de hitte draaglijk te maken. De blikken van afschuw omtrent onze dresscode zijn weggeëbd. Mijn man en ik zijn ondertussen geruisloos en harmonieus opgegaan in onze exquise omgeving.

We eten de aaneenschakeling van zuchtjes voedsel netjes gedrapeerd op een verre uithoek van ons bord, nog net op de rand, verrukkelijk op. Ik vraag me af: “Waarom, waarom jezelf zoveel afwas aandoen. Supergroot bord, kleine port…

Plots worden we opgeschrikt door een schrille kreet ‘KURK’. In paniek zoek ik naar de blik van mijn echtgenoot. Wat is er? Waar is het gebeurd? Wie slaagt erin om op zo’n spectaculaire wijze ons op het gevaar te wijzen?

Het restaurant is niet zo drukbezet. Verbaasde blikken van kokend, bedienend en verzorgend personeel worden tot ons gezelschap gericht. De schreeuw zal toch niet van ons gezelschap komen?

“De wijn smaakt naar kurk” gilt de echtgenote van mijn enige mannelijke collega. Twee obers komen toegesneld om de onrust niet verder te laten uitdeinen over de schare medegastronomisch genieters, die andere tafels benuttigen. Al dan niet op andermans kosten.

Er wordt geroken, kleur nagegaan, geproefd, blikken gewisseld tussen ons gezelschap en de uiterst deftige bediening. Mijn echtgenoot en ik kijken verbaasd naar elkaar. Maar genieten toch stiekem van de heisa. Zonet waren wij getuige van iets diepmenselijks.

In een chique en veel te duur restaurant is KURK een wereldramp. De eisen worden wat hoger gesteld als men meent dat we het ons mogen permitteren.

In een vorig leven heb ik nog het plezier gehad om mensen blij te mogen maken met een kerstpakket. Daar zat rijst, spaghetti, choco en confituur in. En nog wat ander lekkers. De blikken die de mensen me toewierpen toen ik jaarlijks bij hen op de stoep mocht staan spraken boekdelen. Dankbaarheid dekt de uitdrukking niet.

Aan al diegenen die deze eindejaarsperiode last hebben van KURK,  en dat kan op vele manieren. Denk goed na vooraleer je het woord over je lippen laat rollen. Niet iedereen heeft het even goed of exquis als dat wat netter mag klinken.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s