Robuuste standvastigheid/onvoorwaardelijke liefde

Tante Tine lapt elke dag de ramen. Ze kijkt tegen het zonlicht in, wacht geduldig tot een vlekje het lef heeft zich te openbaren en slaat dan genadeloos toe.

Dagelijks gaat ze ieder stofdeeltje te lijf met plumeau, droge en vochtige doek. Alles hangt aan een compleet uitgeruste poetsriem, dan heeft ze alles bij de hand. Ome Henk vindt dit nogal stoer staan, als hij stiekem naar haar kijkt. Z’n eigen poetsheldin, dat heeft niet iedereen in huis.

Tante heeft wel 20 sanseveria’s. Ontstoffen, opblinken, voeden. Als waren het haar kinderen, aan moederliefde geen gebrek.

Toch voelen de 20 kindjes zich de laatste tijd niet zo lekker. Tante zit niet zo goed in haar vel.

Tante tuurt vaak dromerig naar buiten. Mijmerend “55 en al een hele poetsgeschiedenis. Ik zou wel eens de straat willen oplopen en kijken hoe het bij de buren is. Een beetje tekort, ik voel een gemis.”

Oom is zo trots op z’n vrouwtje, wat voor eentje heeft hij toch uitgekozen. Zo rank, zo klein en fijn. Als hij op z’n werk is dan zijn z’n gedachten bij haar. “Wat is ze momenteel aan het doen, met de planten, dus eigenlijk niet geheel alleen, in ons grote huis? Ze is een echte huishoudmanager. We komen nooit iets te kort. Indien ze ooit buitenshuis zou werken, die staat heel snel aan de top.”

Tante komt enkel buiten voor het lappen. Verder weg van huis lijkt onbereikbaar. Dromen blijven dromen, nooit werkelijkheid. Dagelijks bindt ze haar bindt ze haar poetsriem om, want dit is hoe het moet zijn. Tante is een properheidskoningin, meer zal dat niet zijn.

Ook oom houdt z’n gedachten liever voor zich. Het is veilig, voorspelbaar, robuuste standvastigheid.

’s Avonds in de zetel, luisterend naar elkaars ademhaling. Ome denkt aan de komende werkdag. Dezelfde getallen, van 0 tot 9 of willekeurig door elkaar. Tante meent een overmoedig stofje te zien. “Ach, morgen jaag ik het wel na.”

In gelijke tred gaan ze naar boven op de brede trap. Oom plaatst z’n toffels 2 vingerlengtes van het bed. Tantes haar zit in een netje, dan blijft de krul erin.

Terwijl tante rustig ligt te soezen, gespt oom de gordel om. De sanseveria’s zijn niet gelukkig. Wat gaat er toch in m’n vrouwtje om?

Ik weet dat ze vaak staat te turen, dromend van veel verder dan de buren. Wat een feest zou dat toch zijn als ze eens een stap zou zetten. En daarna nog een stap, tot het einde van de straat en nog blijven stappen. Gewoon, de weide wereld in. Dan regel ik de planten, ons evenwicht behouden. Stabiele, robuuste standvastigheid.

Omgespt, in nachtkledij, staat oom beneden. “Wat heb ik toch geluk met jou Henk” fluistert tante. “Kom maar snel het bed weer in. En doe alsjeblieft die gordel af. Dan trekken we morgen samen de enge wereld in.”

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s